Actueel
May 12, 2026

Wat als problemen in de klas al beginnen vóór het leren?

Veel vaardigheden in de klas bouwen voort op motorische ontwikkeling. Maar wat gebeurt er als die basis onvoldoende aanwezig is? Het Motoriekpeil 2025 laat zien waarom motoriek een belangrijke rol speelt binnen het onderwijs.

Wat als problemen in de klas al beginnen vóór het leren?

Wat als problemen in de klas al beginnen vóór het leren?
De rol van motoriek in het onderwijs

We verwachten veel van kinderen in de klas. Ze moeten stilzitten, leren schrijven, zich concentreren en actief meedoen. Vaardigheden die binnen het onderwijs vaak als vanzelfsprekend worden gezien.

Maar voor een deel van de kinderen is de motorische basis die daarvoor nodig is minder vanzelfsprekend, met als gevolg dat ze belemmeringen ervaren op school.

Die constatering raakt aan een fundamentele vraag: moet het basisonderwijs meer aandacht besteden aan de motorische ontwikkeling als onderdeel van de onderwijskwaliteit?

Wat we vragen van kinderen en wat we vergeten

Veel vaardigheden die in de klas gevraagd worden, bouwen voort op onderliggende motorische processen. Denk aan een stabiele werkhouding, gecontroleerde bewegingen en het vermogen om langdurig geconcentreerd te zitten.

Motorische ontwikkeling is geen vanzelfsprekend proces

Uit het Motoriekpeil 2025 komt een helder beeld naar voren: motorische vaardigheden hangen sterk samen met sportdeelname, buitenspelen en plezier in bewegen. Kinderen die motorisch vaardiger zijn, bewegen vaker en nemen actiever deel.

Tegelijk laat longitudinaal onderzoek van Koolwijk zien dat motorische ontwikkeling niet automatisch positief verloopt. Bijna 1 op de 5 jonge kinderen volgt een ongunstig motorisch ontwikkelpatroon.

Dat betekent dat verschillen vroeg ontstaan en niet vanzelf verdwijnen.

Van bewegen naar functioneren in de klas

Motorische vaardigheden zoals balans, coördinatie en houdingscontrole vormen belangrijke voorwaarden voor functioneren in het klaslokaal. Ze hangen samen met werkhouding, schrijven (fijne motoriek) en andere dagelijkse schooltaken.

Wanneer deze basis onvoldoende ontwikkeld is, kan dat doorwerken in hoe kinderen deelnemen aan het onderwijs.

Een zichzelf versterkend patroon

Kinderen die motorisch minder vaardig zijn, nemen vaak minder deel aan beweegactiviteiten. Daardoor oefenen zij minder, wat de kans vergroot dat verschillen verder toenemen.

Dit patroon beperkt zich niet tot bewegen, maar werkt door in bredere ontwikkeling.

Wat betekent dit voor onderwijs?

Motoriek is daarmee niet alleen een thema van sport en gezondheid, maar ook van onderwijskwaliteit en kansengelijkheid. Voor scholen ligt hier een belangrijke vraag: hoe krijgen we structureel zicht op motorische ontwikkeling, en hoe handelen we daarop?

Zonder dat inzicht blijft ondersteuning vaak algemeen, terwijl juist verschillen tussen kinderen vragen om gerichte aandacht.

1154 basisscholen hadden verhoogde aandacht voor de motoriek. Mede door hen biedt het Motoriekpeil 2025 biedt inzicht in hoe deze ontwikkeling er landelijk uitziet en waar de grootste verschillen liggen.
Bekijk het volledige Motoriekpeil 2025 hier.

Maakt jouw school in het nieuwe schooljaar ook werk van de motoriek?