Actueel
September 8, 2026

Vrijwel alle kinderen vinden bewegen leuk. Waarom doen ze dan niet allemaal mee?

Tijdens de Kennisweek Sport & Bewegen delen we inzichten uit ruim acht jaar MQ Scan-data en de Leefstijl Quiz. Uit metingen bij 74.040 kinderen blijkt dat vrijwel alle kinderen bewegen leuk vinden, ongeacht de sociaaleconomische status van hun wijk. Toch blijven de verschillen in motorische vaardigheid groot. Wat betekent dat voor gemeenten, scholen en buurtsportcoaches? En hoe helpen structurele metingen om risicogroepen te identificeren, gericht beleid te ontwikkelen en de impact van interventies over meerdere jaren te volgen?

Vrijwel alle kinderen vinden bewegen leuk. Waarom doen ze dan niet allemaal mee?

Van 18 tot en met 27 september is het de Nationale Sportweek. Tien dagen waarin sportclubs, scholen en gemeenten door heel Nederland activiteiten organiseren om zoveel mogelijk kinderen in beweging te krijgen. Ook scholen doen mee met initiatieven zoals de ‘TeamNL Kids Challenge’ van NOC*NSF. De gedachte is logisch: als kinderen ontdekken hoe leuk bewegen is, gaan ze vanzelf meedoen.

Maar wat als kinderen bewegen al lang leuk vinden? Waarom blijven de verschillen in sportdeelname dan toch bestaan?

Om die vraag te beantwoorden, heb je meer nodig dan landelijke gemiddelden. Je moet weten wat er gebeurt in de wijken en op de scholen waar kinderen opgroeien. Daarom wordt de Leefstijl Quiz jaarlijks tijdens de gymles afgenomen. Doordat alle kinderen dezelfde vragen beantwoorden en de resultaten beschikbaar zijn op school-, wijk- en gemeentelijk niveau, ontstaat een lokaal beeld van sport- en beweeggedrag. Daarmee zie je niet alleen dát er verschillen zijn, maar ook waar ze ontstaan en hoe ze zich in de loop van de tijd ontwikkelen.

Uit de Leefstijl Quiz blijkt dat vrijwel alle kinderen bewegen leuk vinden. Opvallend is dat daarin nauwelijks verschil bestaat tussen wijken met een lage en hoge sociaaleconomische status (SES). In zowel de 20% wijken met de laagste SES als de 20% wijken met de hoogste SES geeft 94,5% van de kinderen aan sporten en bewegen leuk te vinden.

Kijk je vervolgens naar wat kinderen daadwerkelijk doen, dan ontstaat een heel ander beeld. In de 20% wijken met de laagste SES is 69,7% van de kinderen lid van een sportvereniging. In de 20% wijken met de hoogste SES is dat 79,2%: bijna tien procentpunt meer. Ook het aandeel kinderen dat helemaal niet sport én nooit buiten speelt ligt hoger in wijken met een lage SES: 1,5% tegenover 1,0%.

De conclusie is opvallend: motivatie lijkt het verschil niet te verklaren. Vrijwel alle kinderen vinden bewegen leuk, maar niet alle kinderen doen mee.

De cijfers laten zien dát er verschillen zijn, maar niet waardoor die precies ontstaan. Juist daarom zijn lokale data zo waardevol. Pas als je weet in welke wijken, op welke scholen of bij welke groepen kinderen de sportdeelname achterblijft, kun je onderzoeken welke drempels daar een rol spelen en bepalen welke aanpak het beste past.

Dat vraagt om een andere manier van kijken. Niet: hoe krijgen we kinderen enthousiast voor sport? Maar: welke kinderen doen ondanks hun enthousiasme nog niet mee? Waar zien we de grootste verschillen? En hoe zorgen we ervoor dat juist zij wél mee kunnen doen?

Daar ligt een belangrijke rol voor gemeenten, buurtsportcoaches, vakleerkrachten en sportaanbieders. Niet door overal dezelfde interventie uit te voeren, maar door keuzes te baseren op de situatie in de eigen gemeente of wijk.

De Leefstijl Quiz helpt daarbij. Doordat de resultaten beschikbaar zijn op school-, wijk- en gemeentelijk niveau én jaarlijks worden herhaald, kunnen gemeenten ontwikkelingen volgen, risicogroepen beter identificeren en de impact van beleid en interventies monitoren. Buurtsportcoaches zien waar hun inzet het meeste verschil kan maken en scholen krijgen inzicht in de leefstijl en sportdeelname van hun leerlingen. Zo ontstaat ruimte voor maatwerk, in plaats van één aanpak voor iedereen.

Dat is precies de vraag die tijdens de Nationale Sportweek centraal zou moeten staan. Niet hoe we méér kinderen enthousiast maken voor sport, maar hoe we ervoor zorgen dat kinderen die al enthousiast zijn, ook daadwerkelijk de kans krijgen om mee te doen.

Benieuwd hoe dit eruit ziet in jouw gemeente?

Wil je weten hoe de sport- en beweegdeelname zich ontwikkelt binnen jouw gemeente, wijk of school? Of ben je benieuwd welke wijken of doelgroepen extra aandacht vragen? Met de Leefstijl Quiz krijg je inzicht in waar de grootste verschillen zitten. Zo kun je beleid onderbouwen met lokale data, gerichter maatwerk bieden en de effecten van interventies over meerdere jaren volgen.

Neem contact met ons op. We denken graag met je mee.

Bron: Leefstijl Quiz, groep 1 t/m 8 (4-13 jaar), data 2023 t/m 2026. 74.040 respondenten, 673 wijken en 175 gemeenten. Sociaaleconomische status (SES) op wijkniveau; percentages gewogen naar het aantal deelnemende kinderen per wijk.